Fiscale behandeling partneralimentatie bij ongehuwde samenwoners



Fiscale behandeling partneralimentatie bij ongehuwde samenwoners

De staatssecretaris van Financiën is onlangs naar aanleiding van een casus waarbij ongehuwde samenwoners na beëindiging van hun relatie alimentatie willen afspreken, ingegaan op de gevolgen hiervan voor de inkomsten- en schenkbelasting (zie tevens Notafax 2015/167).

Alimentatie-uitkeringen tussen voormalige echtgenoten zijn voor de heffing van inkomstenbelasting aftrekbaar bij de betaler en belast bij de ontvanger (vgl. art. 3.101 lid 1, letter b en art. 6.3, lid 1 letter a, Wet IB 2001). Het gaat hierbij om periodieke uitkeringen die als verplichting voortvloeien uit het familierecht. Voor de schenkbelasting is bij uitkeringen die als verplichting voortvloeien uit het familierecht geen sprake van een schenking. Voor zover de uitkering niet kan worden geacht als verplichting voort te vloeien uit het familierecht kan wel sprake zijn van een belaste schenking.

Partneralimentatie tussen voormalige ongehuwd samenwonenden wordt onder bepaalde voorwaarden voor de inkomstenbelasting hetzelfde behandeld als alimentatie tussen voormalige echtgenoten. De uitkeringen zijn in beginsel aftrekbaar als onderhoudsverplichting. Vereist is wel dat sprake is van in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud (art. 6.3, lid 1 letter f, Wet IB 2001). De belastbaarheid bij de ontvanger is geregeld in art. 3.101, lid 1, letter c, Wet IB 2001. Voor de schenkbelasting is partneralimentatie een schenking, maar deze is vrijgesteld voor zover sprake is van het voldoen aan een natuurlijke verbintenis (art. 33, 12° SW).

De staatssecretaris geeft aan dat de begrippen natuurlijke verbintenis (uit de schenkbelasting) en dringende morele verplichting (uit de inkomstenbelasting) inhoudelijk gelijk zijn. Het betreft in beide gevallen een verbintenis als bedoeld in art. 6:3 lid 2, letter b BW. Of sprake is van een natuurlijke verbintenis die leidt tot een onderhoudsuitkering moet worden getoetst aan de hand van de op het moment van de toekenning van de alimentatie bestaande maatschappelijke opvattingen. Indien hierover een geschil met de inspecteur ontstaat, kan de vraag worden voorgelegd aan de belastingrechter.

De staatssecretaris geeft aan dat binnen de Belastingdienst een casus in beginsel onderling afgestemd dient te worden tussen de inspecteur voor de inkomstenbelasting en de inspecteur voor de schenkbelasting. Uit praktische overwegingen en om in de praktijk discussies zoveel mogelijk te vermijden, wordt goedgekeurd dat de Belastingdienst voor de beoordeling van de aanvaardbare hoogte van alimentatie voor de inkomsten- en schenkbelasting aansluit bij de normen in het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen. Voor zover de onderhoudsuitkering deze zogenoemde Tremanormen niet overschrijdt, wordt de alimentatie geacht te strekken tot het voldoen aan een natuurlijke verbintenis.

De redactie van NTFR wijst erop dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het bij het voldoen aan een natuurlijke verbintenis moet gaan om kosten die de gerechtigde tot de uitkeringen in staat stellen tot het voeren van een redelijk bestaan overeenkomstig zijn plaats in de samenleving (Kamerstukken II 1981-1982, 16 787, nr. 9, p. 6). Een afgesproken onderhoudsuitkering tot de Tremanorm kan en zal in veel gevallen discussie met de Belastingdienst voorkomen.

De redactie wijst er echter op dat Tremanormen zijn gebaseerd op de wettelijke alimentatie die voortvloeit uit het BW voor (ex-)echtgenoten. De voldoening aan een natuurlijke verbintenis moet daarentegen worden afgezet tegen de maatschappelijke opvattingen. De redactie wijst erop dat die maatschappelijke opvattingen continu in beweging zijn. Zij wijst er in dit verband op dat recent een wetsvoorstel is ingediend waarin wordt voorgesteld om de duur van de alimentatie te verkorten van maximaal 12 jaar tot maximaal 5 jaar (Kamerstukken II 2014-2015, 34 231). Dit zal ook gevolgen hebben voor de partneralimentatie tussen voormalig ongehuwd samenwonenden


Jasmien

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.