Aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar naast de contracterende vennootschap


Aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar naast de contracterende vennootschap

De auteurs vragen zich af in hoeverre het nodig en wenselijk is dat de beroepsbeoefenaar zelf - naast de vennootschap - aansprakelijk kan worden gehouden, en of conservatoir beslag ten laste van de beroepsbeoefenaar in privé een geoorloofd pressiemiddel is. In de praktijk wordt aan de opvatting dat de beroepsbeoefenaar naast de contracterende rechtspersoon persoonlijk aansprakelijk is, al veelvuldig invulling gegeven. In deze bijdrage behandelen de auteurs alleen de advocaat en notaris als beroepsbeoefenaren. Juridische dienstverlening berust doorgaans op een overeenkomst van opdracht. Voor de notaris is dit nog eens uitdrukkelijk bepaald in art. 16 Wna.
De juridische dienstverlener is aanspreekbaar uit hoofde van toerekenbare tekortkoming. De vraag of de opdrachtgever naast de vordering wegens wanprestatie tevens een vordering wegens onrechtmatige daad kan instellen, komt ook aan de orde. In de literatuur is men algemeen van oordeel dat een beroepsfout die wanprestatie oplevert tevens een onrechtmatige daad is jegens de wederpartij. In de praktijk worden vrijwel altijd beide gronden aangevoerd, primair wanprestatie, subsidiair onrechtmatige daad. De contractuele verbintenis (en daarmee de wanprestatie) bestaat slechts tussen rechtspersoon en beroepsbeoefenaar. Maar blijft de eventuele aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar jegens de wederpartij uit hoofde van onrechtmatige daad?
De auteurs besteden ook aandacht aan het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012 (Spaanse Villa), waarin een soortgelijke problematiek aan de orde is. Op grond van dit arrest wordt geconcludeerd dat de bestuurder van een vennootschap die tevens een beroep uitoefent waaruit een zorgplicht voortvloeit, bij schending van die zorgplicht in privé aansprakelijk kan worden gehouden.
De auteurs gaan in hun bijdrage verder in op de positie van de beroepsbeoefenaar die tevens werknemer is. Hier speelt art. 6:170 BW een rol: de werkgever is risicoaansprakelijk voor fouten van zijn ondergeschikte.
In de literatuur (Kraan) wordt wel verdedigd dat de notaris zelf met de cliënt de overeenkomst van opdracht moet aangaan en niet de vennootschap.
Ten slotte concluderen de auteurs dat het leggen van beslag op vermogen van de beroepsbeoefenaar weinig toevoegt aan de juridische positie van de opdrachtgever: de beroepsaansprakelijkheidsverzekering is afgesloten met de praktijkvennootschap, dat is de bron die voor schadevergoeding doorgaans het meeste effect sorteert.

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.