Finaal verrekenbeding en draagplicht lening



Finaal verrekenbeding en draagplicht lening

In de zaak Rechtbank Amsterdam 17 april 2013, LJN CA3805, waren de echtgenoten met elkaar gehuwd buiten gemeenschap van goederen. In hun huwelijkse voorwaarden hadden zij tevens een finaal verrekenbeding afgesproken ingeval van echtscheiding. De echtelijke woning was op naam van de vrouw gesteld. Ter financiering van de aankoop was een lening bij de bank afgesloten waarvoor beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk waren. Vervolgens wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden.

Op grond van het finale verrekenbeding diende de waarde van de woning en de hypothecaire schuld op de peildatum in de finale verrekening te worden betrokken. De vrouw is gehouden met de man de helft van de waarde van de woning te verrekenen, terwijl de man gehouden is met de vrouw de helft van de genoemde schuld per de peildatum te verrekenen.
Indien vervolgens de bank deze schuld - of een deel daarvan - op de man zou verhalen (hij is immers mede aansprakelijk) dan heeft de man een schuld van de vrouw voldaan en kan hij jegens haar zijn regresrecht uitoefenen. Dat volgt uit art. 6:10 lid 1 en 2 BW. Op grond van art. 6:10 lid 1 BW is de vrouw verplicht de schuld volledig te dragen. De volledige schuld is namelijk aangewend ter financiering van een goed dat eigendom is van de vrouw. Gelet op de 'onderlinge verhoudingen tussen partijen' dient zij ook de volledige schuld te dragen. Dat neemt niet weg dat de bank de hele vordering op de man kan verhalen.
De man verzocht daarom de Rechtbank Amsterdam de vrouw te veroordelen tot verkoop van de woning. De vrouw wilde dat niet, omdat de waarde van de woning lager is dan de totale schuld. De rechtbank wijst de vordering van de man af omdat partijen elke gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. Het tussen partijen geldende finale verrekenbeding schept geen goederenrechtelijke verplichtingen. De woning is eigendom van uitsluitend de vrouw. Er ontbreekt dus een grondslag voor de vordering van de man om de vrouw te verplichten mee te werken aan de verkoop van haar eigen woning. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de man in de onderhavige situatie voor wat betreft zijn verhouding met de bank, in verband met het aansprakelijk blijven voor de hypotheekschuld, afhankelijk blijft van de vrouw en de keuzes die zij maakt met betrekking tot de verkoop van de woning, ziet de rechtbank in die omstandigheid, hoe ongelukkig het voor de man ook moge zijn, geen rechtsgrond om de goederenrechtelijke werkelijkheid opzij te schuiven.

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.