De executeur en de vereffenaar dienen quasi-legaten te verminderen.



De executeur en de vereffenaar dienen quasi-legaten te verminderen.

Artikel 4:126 BW stelt de schenking of andere gift die de strekking heeft om pas na het overlijden van de schenker of gever te worden uitgevoerd (en die niet reeds tijdens leven van de schenker of gever is uitgevoerd), gelijk aan een legaat ten laste van de gezamenlijke erfgenamen, als het gaat om de toepassing van de regels van vermindering en inkorting. Onder 'schenking of andere gift' moet volgens lid 2 onder meer worden begrepen: 'een begunstiging bij een sommenverzekering, voor zover de uitkering die door het overlijden van de verzekeringnemer verschuldigd wordt, als een gift geldt'. De aanwijzing van een begunstiging bij een sommenverzekering wordt, wanneer zij is aanvaard, aangemerkt als een gift, tenzij zij geschiedt ter nakoming van een verbintenis anders dan een uit schenking (art. 7:188 BW). Schulden van de nalatenschap uit een legaat worden slechts ten laste van de nalatenschap voldaan, 'indien alle andere schulden van de nalatenschap daaruit ten volle kunnen worden voldaan.' (art. 4:120 lid 1 BW jo art. 4:126 lid 1 BW); voor zover de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit legaten te voldoen uit de erfdelen van de erfgenamen op wie zij rusten, worden zij verminderd. Betreft de inkorting of de vermindering een begunstiging bij een sommenverzekering of een andere begunstiging bij een beding ten behoeve van een derde, dan heeft zij tot gevolg dat de begunstigde verplicht is tot vergoeding van de waarde van het ingekorte of in mindering gebrachte gedeelte aan de gezamenlijke erfgenamen, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is (art. 4:127 eerste zin BW).

In de casus die tot het arrest voerde, sloot erflater in 2004 een samenlevingscontract met X met wie hij reeds een gemeenschappelijke huishouding voerde. Bij testament van gelijke datum benoemde hij X tot enig erfgenaam. Erflater had in 1990 bij een verzekeraar een sommenverzekering afgesloten, met als begunstigden 'de erfgenamen van de verzekerden'. X aanvaardt de nalatenschap beneficiair. De verzekeringsmaatschappij keert de verzekerde sommen na het overlijden van erflater uit aan X. De kinderen spreken X aan tot voldoening van een vordering op de nalatenschap van erflater wegens geldlening, maar X gaat daar niet toe over.

Volgens de Hoge Raad heeft het hof met het oordeel dat vermindering van quasi-legaten niet tot de taak van X als executeur behoort, de taak van X als executeur te beperkt opgevat. De executeur heeft op grond van art. 4:144 lid 1 BW onder meer tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. Tot die taak kan behoren dat de executeur legaten vermindert teneinde de andere schulden van de nalatenschap daaruit ten volle te kunnen voldoen (art. 4:120 BW). Dat geldt eveneens voor een door de verzekeraar gedane uitkering als de onderhavige (art. 4:126 lid 1 in samenhang met lid 2, aanhef en onder b, BW). Volgens de Hoge Raad heeft ook de vereffenaar tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen, en ook tot zijn taak behoort - voor zover voor dat doel noodzakelijk - dat hij legaten of uitkeringen als de onderhavige vermindert (art. 4:211 BW).

De vermindering van (quasi-) legaten is voor de leek die voor de taken van executeur en vereffenaar wordt gesteld, niet eenvoudig. Het arrest bewijst dat aanvaarding van de functie van executeur en vereffenaar veronderstelt dat de betrokkene die functie behoorlijk vervult en zich deskundig doet adviseren of bijstaan als vraagstukken zoals de vermindering van (quasi-) legaten moeten worden opgelost

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.