Ontslag statutair bestuurder wegens geldgebruik luidt tot einde arbeidsovereenkomst.



Ontslag statutair bestuurder wegens geldgebruik luidt tot einde arbeidsovereenkomst.

Als de heer B (bestuurder van X BV) op 1 april ontslag krijgt aangezegd door de directeur van A BV (enig aandeelhouder en tevens mede-bestuurder van X BV) denkt hij eerst aan een foute 1-april-grap. Op 2 april volgt echter een bevestiging per e-mail en op 5 april een schriftelijke bevestiging, nadat op diezelfde datum nog een bespreking tussen B en A heeft plaats gehad. Reden voor het ontslag is het ontbreken van financiële middelen van X BV (wegens de weigering van de aandeelhouder tot een nieuwe kapitaalinjectie).
B vorderde in kort geding doorbetaling van zijn loon en vakantiegeld en riep de nietigheid van de opzegging in wegens het ontbreken van een rechtsgeldig besluit van de aandeelhouder.
Het hof oordeelt (7.7.3 slot): “Hoewel het karakter van deze vergadering [de bespreking op 5 april] niet dadelijk uit de notulen blijkt, valt in ieder geval vast te stellen dat alle aandelen in X BV (in de persoon van [statutair bestuurder van A BV]) aanwezig waren evenals B. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat het aldus handhaven van het reeds eerder genomen besluit van 1 april 2011 niet kan worden beschouwd als een rechtsgeldig besluit tot ontslag van B als statutair bestuurder.”
en “7.8.2. Naar het oordeel van het hof is, zoals hiervoor is overwogen, voorshands voldoende aannemelijk dat B in ieder geval per 5 april als statutair bestuurder van X BV is ontslagen, waarmee tevens een einde is gekomen aan de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst.”
en wijst de vordering tot doorbetaling toe.
De annotator plaatst nog enkele kanttekeningen bij het oordeel van het hof en gaat in op de volgende aspecten:

de ava kan een bestuurder benoemen (art. 2:242 BW) en ontslaan (art. 2:244 lid 1 BW), tenzij er een RvC is (art. 2:272 jo. art. 2:244 lid 1 BW);

wettelijke en statutaire voorschriften moeten bij ontslagbesluit in acht worden genomen door de aandeelhouder, onder meer het uitbrengen van een raadgevende stem door de bestuurder (art. 2:227 lid 7 BW) (zie ook HR inzake Janssen Pers 1995);

bij besluitvorming buiten vergadering moet de bestuurder voorafgaand in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen (art. 2:238 lid 2 BW);

de bestuurder moet zich tegen een ontslagbesluit kunnen verdedigen (art. 2:8 BW);

een besluit is vernietigbaar (art. 2:15 BW) als de bestuurder zijn adviesrecht of hoorrecht niet heeft kunnen uitoefenen;

art. 2:225 BW is per 1 oktober 2012 gewijzigd. Waar onder het oude recht het ontbreken van een oproeping werd geheeld door een besluit genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd was, gelden thans strengere eisen, immers alle vergadergerechtigden moeten ermee hebben ingestemd dat de besluitvorming plaatsvindt én de bestuurders en de commissarissen moeten voorafgaand aan de besluitvorming in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen.

Tot slot constateert de annotator dat bepaalde aspecten in het arrest van het hof onderbelicht zijn gebleve

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.