Toestemming borgstelling.



Toestemming borgstelling.

In de zaak Rechtbank Limburg 15 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:511, was M enig aandeelhouder en bestuurder van een BV. De BV had een kredietrelatie met de bank. In januari 2008 breidt de bank de kredietfaciliteit uit tot € 125.000. De overeenkomst tot uitbreiding meldde als doel de verruiming van de liquiditeiten. De man stelt zich borg voor de terugbetaling tot een bedrag van maximaal € 75.000. De vrouw van M heeft de borgtochtovereenkomst mee ondertekend.

In december 2008 komen de BV en de bank wederom een verhoging van de kredietfaciliteit overeen, met als doel verruiming van de liquiditeiten. In deze kredietovereenkomst is bepaald dat de borgstelling gehandhaafd blijft tot € 60.000 (dus in plaats van € 75.000). M en de bank tekenen geen nieuwe borgtochtovereenkomst. Vervolgens gaat de BV failliet en spreekt de bank M als borg aan voor een bedrag van € 60.000. De echtgenote van M vernietigt de borgtochtovereenkomst ter zake van het bedrag van € 60.000 op grond van art. 1:88 lid 1 letter c jo 1:89 BW. De bank meent dat op grond van art. 1:88 lid 5 BW geen toestemming was vereist.

De rechtbank geeft de bank gelijk en oordeelt dat het krediet waarvoor de nadere borgstelling is aangegaan, was bedoeld om te worden aangewend ten behoeve van de door de BV gedreven onderneming, en dat is ook daadwerkelijk gebeurd. De extra vrijgekomen liquide middelen zijn ten goede gekomen van de BV en het werkkapitaal van de door haar gedreven onderneming is daardoor uitgebreid, zulks ten behoeve van het uitbouwen van de bestaande activiteiten van de BV. De wens tot deze investering was ingegeven door de bij man levende gedachte dat dit zou leiden tot groei van de onderneming. De door de man genomen besluiten rondom het door de BV aangaan van extra krediet en de daaraan gekoppelde (gewijzigde) borgstelling zijn om die reden in zoverre te beschouwen als zijnde gebruikelijk in de uitoefening van een bedrijf.
De rechtbank vervolgt: ‘de aard van de nieuw te ontplooien activiteit maakt dat in het onderhavige geval niet anders. Niet elke koerswijziging of verlegging van accenten binnen de bedrijfsvoering kan leiden tot het oordeel dat de daarmee verbonden activiteiten niet zouden behoren tot de normale bedrijfsvoering.’ Weliswaar ontplooide de BV de nieuwe activiteiten niet eerder, maar deze staan niet dermate ver af van de voorheen bestaande kernactiviteit dat moet worden gezegd dat de nieuwe activiteiten buiten de normale bedrijfsvoering viele

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.