Materieel terugwerkende kracht art. 9 lid 2 sw is volgens hoge raad geoorloofd.

De redactie van V-N bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad betreffende de vraag of de materieel terugwerkende kracht van de fictiebepaling van art. 9 SW geoorloofd is (zie tevens Notafax 2015/160).

In het berechte geval hadden de kinderen uit de nalatenschap van hun vooroverleden vader in 2003 een vordering op hun moeder verkregen. Die vordering was pas opeisbaar bij het overlijden van moeder en droeg een enkelvoudige rente van 13% per jaar. Deze rente kwam overeen met 6% samengestelde interest uitgaande van de statistische levensverwachting van moeder (vgl. BNB 1989/260). Bij het overlijden van moeder in 2010 belastte de inspecteur op grond van art. 9 lid 2 SW de ‘bovenmatige’ rente bij de kinderen. De kinderen stelden dat de fictiebepaling van art. 9 lid 2 SW in casu buiten toepassing diende te blijven, omdat deze in strijd was met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De invoering van de fictiebepaling van art. 9 lid 2 SW had immers materieel terugwerkende kracht, nu deze bepaling ook de vóór 1 januari 2010 gerijpte (bovenmatige) rente in de heffing betrok.

Het hof stelde echter de inspecteur in het gelijk (Notafax 2014/212). De ratio van de fictiebepaling van art. 9 lid 2 SW is, dat het deel van de civielrechtelijke rente dat uitgaat boven de rente indien de vordering een rente had gedragen van 6% samengestelde interest, voor de toepassing van de Successiewet geacht wordt te zijn verkregen krachtens erfrecht. De materieel terugwerkende kracht van deze bepaling is volgens het hof niet strijdig met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.

De Hoge Raad heef eveneens geoordeeld dat art. 9 lid 2 SW niet in strijd is met het EVRM. Volgens De Hoge Raad is de materieel terugwerkende kracht geoorloofd. Uit het EVRM volgt niet dat een overgangsregeling getroffen had moeten worden voor de vóór 1 januari 2010 gerijpte (bovenmatige) rente. De Hoge Raad oordeelt verder dat ook geen sprake geweest van een individuele en buitensporige last.

De redactie van V-N wijst er in haar commentaar op dat de bovenmatige rente bij het overlijden van de erflater niet in aanmerking wordt genomen. De vorderingen van de kinderen worden bij het overlijden van erflater namelijk in aanmerking genomen voor de nominale waarde (art. 9 lid 1 SW). Bij het overlijden van langstlevende echtgenoot wordt de bovenmatige rente wél belast bij de erfgenamen. Er is sprake van een bovenmatige rente indien per saldo een hogere rente dan 6% samengesteld wordt vergoed op de erfrechtelijke vordering tot aan het overlijden van de langstlevende echtgenoot.

In het berechte geval overleed moeder vóór haar statistische levensverwachting. De enkelvoudige rente van 13% pakte hierdoor per saldo hoger uit dan 6% samengestelde rente. De rente (in casu € 3.961.164 per erfgenaam) werd als bovenmatige rente aangemerkt en belast op grond van art. 9 lid 2 SW. Omdat de bovenmatige rente die was aangegroeid in de periode voor de wetswijziging ook in de heffing wordt betrokken, stelden de kinderen dat dit in strijd was art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De Hoge Raad meent echter dat niet in strijd met het EVRM is gehandeld. Dat een voorheen niet-belaste ontvangst door een wetswijziging een belaste ontvangst wordt, is geen schending van het EVRM. Een wetswijziging mag materieel terugwerkende kracht hebben. De wetgever hoeft geen overgangsregeling bij een wetswijziging op te nemen.
Volgens de erfgenamen was sprake van een buitensporige last, omdat zij over een civielrechtelijke verkrijging van negatief € 571.943 per saldo € 626.244 erfbelasting moesten betalen. De Hoge Raad volgde echter oordeel van het hof dat de erfbelasting moest worden berekend over de totale verkrijging inclusief de fictieve verkrijging. Deze kwam uit op ca. 18,5%, hetgeen geen buitensporige last opleverde.

De redactie van V-N wijst erop dat het feit dat in een testament enkelvoudige rente werd afgesproken samenhing met de systematiek van de (tot 1 januari 2001 geldende) Wet IB 1964. Onder die wet bestond de vrees dat bij een samengestelde rente in een testament inkomstenbelasting verschuldigd zou zijn door de erfgenamen. Samengestelde rente werd namelijk onder de Wet IB 1964 belast.

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.