Testament ten gunste van samenwonende partner verviel door geboorte van kind

Van Beelen bespreekt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende de reikwijdte van een in een testament opgenomen erfstelling bij gewijzigde omstandigheden.

In het berechte geval woonden M en V ongehuwd samen. In 2003 had M een testament opgesteld waarin hij V had aangewezen als erfgenaam indien hij zou komen te overlijdt vóór V zonder achterlating van afstammelingen. In 2004 kregen M en V samen een zoon Z. Het testament werd echter niet aangepast aan deze nieuwe situatie.

In 2013 overleed M. Op basis van de letterlijke tekst van het testament was Z enig erfgenaam. De testamentaire erfstelling ten gunste van V was immers vervallen door de geboorte van Z. De inspecteur legde daarom aan Z een aanslag erfbelasting op waarbij de gehele nalatenschap aan hem werd toegerekend. Z tekende bezwaar aan tegen de opgelegde aanslag. Hij stelde dat het nimmer de bedoeling van M was geweest om V volledig van zijn nalatenschap uit te sluiten. Een dergelijke strikte uitleg van het testament leidde volgens Z tot een situatie die geen weldenkend mens gewild kan hebben. In dit verband deed hij een beroep op HR 11 oktober 2013 (JBN 2014, nr. 50) waaruit volgde dat bij de uitleg van het testament niet alleen moet worden gelet op de letterlijke tekst. Z stelde dat erflater de bedoeling had gehad dat hij samen met zijn moeder zou erven. Hierdoor was de aanslag erfbelasting tot een te hoog bedrag opgelegd.

Bij de rechtbank kreeg Z echter nul op het rekest. De rechtbank oordeelde dat het testament zijn betekenis had verloren, omdat M een afstammeling had achtergelaten. De erfopvolging diende in het onderhavige geval plaats te vinden volgens het versterferfrecht, waardoor Z enig erfgenaam was. Het door Z aangehaalde arrest betekende volgens de rechtbank niet dat voorbij diende te worden gegaan aan de op zichzelf duidelijke tekst van het testament.

Z had verder nog een beroep gedaan op onderdeel 6 van het beleidsbesluit van 25 maart 2013, nr. BLKB 2013/88M. Hierin is een tegemoetkoming opgenomen voor de situatie waarin de erflater niet heeft bedoeld zijn echtgenoot van de nalatenschap uit te sluiten. Volgens Z gold deze goedkeuring volgens het gelijkheidsbeginsel ook bij ongehuwde samenwoners. De rechtbank verwierp echter ook deze stelling. Volgens de rechtbank bestaat er een principieel verschil tussen gehuwden en ongehuwden. Het staat de staatssecretaris van Financiën vrij beleid te voeren op één van deze groepen. De conclusie van de rechtbank was derhalve dat de aanslag erfbelasting terecht was opgelegd aan Z.

Van Beelen acht de uitspraak van de rechtbank juist. De uitspraak illustreert het belang om met enige regelmaat te bekijken of een testament nog wel up-to-date is. Door wijzigingen in omstandigheden kunnen immers mogelijk ongewenste situaties ontstaan. Het probleem was dat erflater zijn vriendin met wie hij samenwoonde slechts tot enig erfgenaam had benoemd als hij geen afstammelingen zou nalaten. Voor de situatie dat er wél afstammelingen zouden zijn, was geen bepaling in het testament opgenomen. Dat was destijds ook niet nodig, omdat er nog geen kinderen waren geboren. Nu het testament na de geboorte van het kind niet meer was aangepast, werd de vriendin van erflater op grond van de letterlijke tekst van het testament onterfd. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om aan de letterlijke tekst van een testament voorbij te gaan. De rechtbank zegt in feite: als erflater iets anders had gewild, had hij zijn testament moeten aanpassen. Van Beelen acht dit standpunt juist.

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.