Gift moet in mindering worden gebracht op de legitieme portie

De ouders van Z en D exploiteerden een winkel gevestigd in twee panden. De winkel was ondergebracht in een BV. De panden, eigendom van de ouders, werd door hen verhuurd aan de BV. De zoon (Z) neemt de aandelen in de BV van zijn ouders over. De ouders ondertekenen op 3 februari 2008 een verklaring als aanvulling op hun testamenten, onder meer inhoudend dat hun dochter (D) is benadeeld ten opzichte van Z. De benadeling heeft te maken met twee besluiten nl. de overdracht van de aandelen in de BV voor een lagere waarde aan Z en de door de BV betaalde lage huur van de winkelruimtes. Uitgangspunt bij de besluiten is dat de ouders Z niet wilden opzadelen met hoge lasten. In hun testamenten hebben de ouders D als hun erfgenaam benoemd. Aan Z is een bedrag gelegateerd ter grootte van de legitieme portie onder de verplichting daarop in mindering te brengen hetgeen hij aan schenkingen heeft ontvangen. Z vordert zijn legitieme portie. D stelt dat zijn legitieme verminderd met de schenkingen nihil is.

De rechtbank wijst de vordering van Z af en verklaart dat de waarde van zijn legaat nihil is.

Het hof overweegt dat ex art. 4:65 BW de legitieme portie wordt berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de daarbij in aanmerking komende giften. Vervolgens komen de aan een legitimaris gedane giften in mindering van diens legitieme portie, art. 4:70 BW. Als gift wordt ex art. 7:186 BW aangemerkt iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. Voor de toepassing van art. 4:65 en 4:70 BW is derhalve niet doorslaggevend of tussen de erflater en de legitimaris een schenkingsovereenkomst is gesloten. Wel doorslaggevend is of sprake is van bevoordeling en van een bevoordelingsbedoeling. De bevoordelingsbedoeling van de ouders was het voorkomen van te hoge kosten voor Z. Z is directeur-grootaandeelhouder van de BV die door de lagere huurprijs een hogere winst heeft kunnen behalen, die weer ten goede komt aan Z.

Het hof is het daarom niet eens met het standpunt van Z dat de bevoordeling niet aan hem ten goede komt maar aan de BV. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.Klik hier om uw inhoud te bewerken

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.