Vergoedingsrecht wegens ontvangen schenkingen?

In 1995 zijn partijen gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Gedurende zeventien jaar ontving de vrouw van haar ouders jaarlijks een geldbedrag ten titel van schenking. Dit geld werd gestort op de gemeenschappelijke bankrekening. In 2012 dient de vrouw een verzoek tot echtscheiding in en stelt zij dat zij wegens genoemde schenkingen een vergoedingsrecht heeft van ruim € 160.000. Volgens de man zijn de schenkingen niet onder uitsluitingsclausule verkregen en is daarom geen sprake van een vergoedingsrecht. De rechtbank bepaalt dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft van ruim € 122.000. Beide partijen gaan van deze beslissing in hoger beroep.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden stelt op 10 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2131, vast dat in de schenkingsakten tot 2003 geen uitsluitingsclausule is opgenomen. De achteraf bij de aangifte voor de schenkbelasting opgemaakte uitsluitingsclausule is niet geldig. De schenkingen tot 1 januari 2003 zijn daardoor in de huwelijksgoederengemeenschap van partijen gevallen. Hetzelfde oordeelt het hof over de schenking in 2003.

Voor wat betreft de schenkingen vanaf 2004 tot en met 2012 verwijst het hof naar de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden 19 mei 2011, ECLI:NL:GHARL:2011:BQ7257, waarin staat dat het bepaalde in art. 1:94 lid 2 BW zich niet verzet tegen een afspraak tussen de schenker en de begiftigde die inhoudt dat ook toekomstige giften onder een uitsluitingsclausule zullen worden gedaan/verkregen. In een brief van 6 februari 2004 gaven de ouders van de vrouw aan dat voor toekomstige schenkingen die zij eventueel aan de vrouw zullen doen, ook een uitsluitingsclausule geldt. Dat betekent dat met ingang van genoemde datum niet bij iedere schenking een uitsluitingsclausule hoeft te worden gestipuleerd.

De man bestrijdt gemotiveerd dat de brief op 6 februari 2004 is geschreven. Het hof stelt daarom de vrouw in de gelegenheid te bewijzen, dat zij en haar ouders op of omstreeks 6 februari 2004 met elkaar zijn overeengekomen dat door haar ouders in de toekomst te schenken bedragen niet in de huwelijksgemeenschap van de vrouw zullen vallen. Het hof wijst de zaak daarop terug naar de rechtbank.

De wenk onder de uitspraak merkt op dat Waaijer de opvatting van het Hof Arnhem-Leeuwarden uit 2011 reeds in 2006 verdedigde. De wenk acht het wel raadzaam om in een latere schenkingsakte expliciet te verwijzen naar de eerder gemaakte afspraak met betrekking tot de uitsluitingsclausule.Klik hier om uw inhoud te bewerken

Ter Braak Willems is een notariskantoor dat met u meedenkt. Wij adviseren u over uw juridische vraagstukken.